Curling Parent vs. Prestatiemaatschappij

2 april 2019

Er zijn twee ‘modetermen’ waar je tegenwoordig bijna niet meer om heen kunt, zo ook niet in je werk als studieadviseur: de ‘Curling Parent’ vs. de ‘Prestatiemaatschappij’. Het start vaak al vroeg. Een gemiddelde aflevering van de Luizenmoeder is niet eens per se zo dik aangezet, waarbij de curling ouders de juf voor en na school claimen om alle speciale wensen van hun zoetje te bespreken, verwoede pogingen doen alle obstakels en mogelijk nare ervaringen weg te bezemen. ‘Ben je je fruit vergeten, lieverd? Geen probleem mop, mama rijdt er gauw om, ze komt gewoon wat later bij haar vergadering.’

Ouders die de barricade op gaan om de welverdiende rechten te bewaken van hun kroost. Immers, áls hun engeltje al iemand gebeten zou hebben (wat zéér onwaarschijnlijk is, zo ís ze gewoon niet!), dan lag het vast aan het andere kind. Laat ze díe blaag liever aanpakken! Maar hoe dan ook zijn ze er niet van gediend hoe ‘engeltje’ aangesproken is door de juf hier op. Ze is immers erg gevoelig. Excuses van de juf zijn hier op zijn minst op zijn plaats. En dan natuurlijk nog de ouders die het uiterste van en voor hun kind verwachten, alleen het beste is goed genoeg! Lezen op niveau ‘sterretje’? Ja, mooi niet. Vergeet buiten spelen deze week: we gaan keihard trainen om een ‘zonnetje’ te worden!

En zo zie je dit in mijn ogen ook wel steeds meer zijn ‘vruchten afwerpen’ onder de studenten. De ouders die op de open dagen het vragenvuur openen, terwijl zoonlief een halve meter verder wat ongemakkelijk naar de stapel opleidingsfolders in zijn handen kijkt (is hij wel zo enthousiast over de studiekeuze van zijn ouders voor hem?). Als later de studievoortgang tegen valt en ik de vraag stel: ‘wat ga JIJ anders doen volgend semester?’ krijg ik vaak verbaasde blikken in plaats van een grondig plan van aanpak als reactie. Het zelfreflecterend en oplossend vermogen was nooit eerder echt aangesproken, moet dat nu opeens wel dan?

Maar ook de student die vooral veel tijd lijkt te steken in uitzonderingsverzoeken, beroepsprocedures en klachten. Het is dan ook geen uitzondering meer dat ik een student in mijn spreekkamer ontvang, die verbolgen een extra tentamenkans verwacht, want híj kon er toch niets aan doen dat hij zijn wekker niet gehoord had op de dag van het reguliere tentamen?!

En wil de uni hem nou laten slagen of tegenwerken? (ja echt, deze opmerking heb ik recentelijk nog mogen aanhoren in mijn spreekuur).

Maar, er is een andere groep die ik nog groter zie worden: de student die onder grote druk staat. Zij het door de prestatiemaatschappij, de opvoeding of een zelfopgelegde hoge lat (of: ‘all of the above’).

Zo sprak ik laatst een student die om studievaardigheden vroeg. Wat ze ook deed, ze kon niet bij blijven bij de rest. Als anderen al bijna klaar waren met opdrachten, moest zij soms nog beginnen. Ze was ook wel best lui, zei ze. Op zaterdag sliep ze namelijk soms wel tot 12.00 uur. Al gauw werd duidelijk dat het bij haar echt niet ging om een gebrek aan studievaardigheden. Ik heb een flink pak coachingskills en overtuigingskracht moeten inzetten om haar uiteindelijk te laten inzien dat een voltijd studie, een extra-curriculair honors-programma, een voltijd bestuursfunctie EN bijles geven, onwaarschijnlijk veel was. Dat ik het een wonder vond dat ze überhaupt vakken kon halen (laagste cijfer ‘maar’ een 7,5 overigens…). En zaterdag tot 12.00 uur slapen? Dat leek mij alles behalve lui, meer een absolute noodzaak van haar lijf om die batterij toch een klein beetje op te laden. Hoewel het mooi was dat dit zo’n eye-opener voor haar was en ze - gelukkig - tot andere inzichten kwam, was het ook best verdrietig om te zien dat een bijzonder getalenteerde, hardwerkende jonge vrouw als zij, de (strenge) lat zó hoog heeft liggen dat ze haar eigen kunnen meteen in twijfel trekt wanneer het wat te veel wordt. Maar ja, dit had ze zo wel van huis uit meegekregen. ‘Streef naar het beste! Haal het beste uit jezelf!’ was het motto.

En weet je, hoe tegenstrijdig de ‘curling parent’ en de ‘drukopleggende ouder’ ook lijken, volgens mij hebben ze hetzelfde doel:

Het beste voor hun kind willen. Bij de een is dat wellicht het beste regelen voor je kind, zodat er geen hobbels en fouten (leermomenten?) in de weg zitten naar de best mogelijke toekomst. Bij de ander uit zich het wat meer in termen als ‘het beste uit je zelf halen’, ‘streef naar het beste, neem met minder geen genoegen!’. Ongetwijfeld ook met het doel ‘het beste’ voor het kind te wensen. Hoe dan ook, allemaal zonder enige twijfel met de allerbeste bedoelingen.

En zo willen wij als studieadviseurs ook het beste voor onze studenten. En wat dat ‘beste’ precies is, zorgt ook nog wel eens voor discussie. Moeten we de student juist meer wijzen op eigen verantwoordelijkheden? Meer zelfstandigheid van ze vragen? Minder ‘pamperen’? Of moeten we juist méér begeleiding bieden, want er is al zoveel druk? Meer faciliteren en monitoren, meer spreekuren, workshops, meer handleidingen?

Of is het een kwestie van studenten de ‘tools’ geven om het beste voor zichzelf te bepalen, te leren dat op zijn tijd ‘falen’ hier ook bij hoort (en juist zorgt voor groei), om zelfreflectief en oplossend vermogen verder te ontwikkelen en om wat meer te leren relativeren?

Het blijft een lastig vraagstuk. Waar ik wel van overtuigd ben is dat we allemaal het beste voor hebben en nastreven voor studenten. Laten we dus vooral leren van elkaars ‘best practices’, onze ervaringen uitwisselen. En vooral doen waar we het beste in zijn: studenten de beste begeleiding mogelijk bieden.

Ik wens jullie het allerbeste toe!

0 Reacties

Meepraten? Plaats een reactie!